1. Materiële vaste activa
De samenstelling en het verloop van de vaste activa gedurende het boekjaar blijken uit de volgende overzichten.
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Gebouwen en terreinen |
3.309 |
3.189 |
|
Gasnetten |
64.751 |
64.642 |
|
Elektriciteitsnetten |
190.766 |
187.933 |
|
Overige bedrijfsmiddelen |
336 |
265 |
|
Materiële vaste activa in uitvoering |
15.392 |
7.263 |
|
274.554 |
263.292 |
Het verloop van de boekwaarde gedurende het boekjaar is als volgt:
|
(bedragen x 1.000) |
Bedrijfsgebouwen en terreinen |
Gas |
Elektriciteit |
Overige vaste bedrijfsmiddelen |
Materiële vaste actva in uitvoering |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
Aanschafwaarde per 1 januari 2025 |
3.809 |
135.172 |
433.726 |
426 |
7.263 |
580.396 |
|
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2025 |
620 |
70.530 |
245.793 |
161 |
- |
317.104 |
|
Boekwaarde per 1 januari 2025 |
3.189 |
64.642 |
187.933 |
265 |
7.263 |
263.292 |
|
Mutaties boekwaarde 2025 |
- |
|||||
|
Investeringen |
164 |
- |
- |
157 |
34.136 |
34.457 |
|
Ingebruikname |
- |
5.908 |
20.099 |
- |
-26.007 |
- |
|
Desinvesteringen |
- |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Afschrijvingen |
-44 |
-5.799 |
-17.266 |
-86 |
- |
-23.195 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
3.309 |
64.751 |
190.766 |
336 |
15.392 |
274.554 |
|
Aanschafwaarde per 31 december 2025 |
3.973 |
139.400 |
448.909 |
582 |
15.392 |
608.256 |
|
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2025 |
664 |
74.649 |
258.143 |
246 |
- |
333.702 |
|
Boekwaarde per 31 december 2025 |
3.309 |
64.751 |
190.766 |
336 |
15.392 |
274.554 |
De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn:
|
De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: |
|
|---|---|
|
Bedrijfsgebouwen |
10-25 jaar |
|
Gas |
3-25 jaar |
|
Elektriciteit |
3-25 jaar |
|
Overige bedrijfsmiddelen |
3-10 jaar |
Met ingang van 2016 wordt de veronderstelling gehanteerd dat de materiële vaste activa die meer dan 5 jaar geleden geheel zijn afgeschreven niet meer aanwezig zijn. Als gevolg van deze aanname zijn materiële vaste activa met een aanschafwaarde en cumulatieve afschrijving van € 191 miljoen (2024: € 184 miljoen) en een boekwaarde van nihil, uit de materiële vaste activa waarde geëlimineerd.
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen
Elektriciteit
Voor elektrische installaties en kabels hanteert Westland Infra een lineaire afschrijftermijn van 25 jaar. Dit is korter dan de circa 50 jaar die andere netbeheerders doorgaans hanteren. De gekozen termijn houdt rekening met de specifieke kenmerken van het verzorgingsgebied en met name de dienstverlening aan de voornaamste klantgroep: de glastuinbouwsector.
De glastuinbouwsector is zowel een grote energieafnemer als een significante energieopwekker. Hierdoor kent het elektriciteitsnet in het verzorgingsgebied van Westland Infra een relatief hoge en dynamische belasting. De sector heeft in het verleden aangetoond dat energiegebruik en investeringsgedrag snel kunnen veranderen als gevolg van marktomstandigheden, technologische ontwikkelingen en energieprijzen. Voorbeelden hiervan zijn de snelle implementatie van warmtekrachtinstallaties (WKK’s) en de aanpassingen in energiegebruik naar aanleiding van de energiecrisis in de afgelopen jaren.
Daarnaast hebben recente ontwikkelingen in het Nederlandse energiesysteem een duidelijke impact op het elektriciteitsnet in de regio. De sterke groei van duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, leidt tot een steeds dynamischer netgebruik. Tegelijkertijd zorgt netcongestie ervoor dat flexibiliteit en aanpasbaarheid van het energiesysteem steeds belangrijker worden. In de regio Westland speelt daarbij een belangrijke wisselwerking tussen elektriciteitsgebruik, lokale opwekking en gasgestookte WKK-installaties, die mede bijdragen aan flexibiliteit en congestiemanagement op het elektriciteitsnet.
Deze ontwikkelingen maken dat investeringen in het elektriciteitsnet zowel structureel als adaptief moeten zijn. Een kortere afschrijvingstermijn dan in de sector gebruikelijk geeft Westland Infra de mogelijkheid om beter in te spelen op toekomstige veranderingen in vraag, technologie en systeeminrichting. Tegelijkertijd is een verdere verkorting van de termijn niet wenselijk, omdat deze geen recht zou doen aan de langjarige investeringen die nodig zijn voor de betrouwbaarheid en capaciteit van het elektriciteitsnet.
Op basis van deze overwegingen wordt een afschrijvingstermijn van 25 jaar passend geacht.
Gas
Voor gasassets en leidingen wordt een lineaire afschrijftermijn van 25 jaar gehanteerd. De economische levensduur van deze assets kent een zekere mate van onzekerheid, met name als gevolg van ontwikkelingen in de energietransitie. Enerzijds wordt verwacht dat het gebruik van fossiel aardgas in de komende decennia zal afnemen. Grootschalige nieuwe investeringen in het gasnet worden daardoor minder frequent. Ook het verbod op nieuwe gasaansluitingen bij nieuwbouwprojecten draagt bij aan een geleidelijke afname van het aardgasgebruik.
Anderzijds zijn er meerdere ontwikkelingen die wijzen op een blijvende rol voor gasinfrastructuur binnen het toekomstige energiesysteem. Het bestaande gasnet kan mogelijk worden ingezet voor duurzame gassen, zoals waterstof of groen gas. Onderzoek van onder andere Kiwa en Netbeheer Nederland laat zien dat delen van het bestaande gasnet hiervoor technisch geschikt zijn. In de regio Westland wordt reeds circa 5 miljoen m³ groen gas per jaar ingevoed, met uitbreidingsmogelijkheden in de komende jaren.
Daarnaast speelt gasinfrastructuur een rol in de flexibiliteit van het energiesysteem. In een context waarin delen van het elektriciteitsnet tegen capaciteitsgrenzen aanlopen, worden gasgestookte warmtekrachtinstallaties (WKK’s) in de glastuinbouwsector ingezet om flexibiliteit te leveren en piekbelastingen op het elektriciteitsnet te beïnvloeden. Hierdoor vervult gasinfrastructuur in de regio niet alleen een transportfunctie voor energie, maar ook een ondersteunende rol in het functioneren van het bredere energiesysteem.
Het nieuwe methodebesluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor de reguleringsperiode 2027–2031 richt zich op de wijze waarop toegestane inkomsten en tarieven van netbeheerders worden vastgesteld. Dit besluit bevat geen voorschriften met betrekking tot de boekhoudkundige afschrijvingstermijnen van netassets.
Gelet op de verwachte inzetbaarheid van het gasnet voor duurzame gassen, de concrete regionale volumestromen en de systeemfunctie van gas in relatie tot flexibiliteit en congestiemanagement, blijft een afschrijvingstermijn van 25 jaar realistisch. Westland Infra blijft de ontwikkelingen in de energiemarkt, de energietransitie en de reguleringskaders volgen om te waarborgen dat de gehanteerde afschrijvingstermijn ook in de toekomst passend blijft.
Op basis van deze ontwikkelingen blijft een afschrijvingstermijn van 25 jaar realistisch. De energietransitie brengt onzekerheden met zich mee, maar de aanwezigheid van initiatieven rond waterstof en groen gas geven aanleiding om te verwachten dat het gasnet ook na 2050 nog relevant kan zijn. Westland Infra blijft de ontwikkelingen in de markt volgen om te waarborgen dat de gehanteerde afschrijvingstermijn ook in de toekomst passend blijft.
Slimme Meter
Voor de slimme meter (elektriciteit en gas) wordt een lineaire afschrijftermijn van 10 jaar gehanteerd. Hierbij is rekening gehouden met technologische ontwikkelingen. Door innovaties op het gebied van datacommunicatie en databeveiliging zal de eerste generatie meters in de toekomst worden vervangen door een nieuwere variant.
De vervanging van deze meters vindt plaats na afloop van de afschrijftermijn van 10 jaar, waardoor er geen sprake is van een versnelde afschrijving.
2. Financiële vaste activa
Het verloop van de boekwaarde gedurende het boekjaar is als volgt:
|
(bedragen x 1.000) |
Balans |
Nieuw |
Aflossing |
Mutatie |
Balans |
|---|---|---|---|---|---|
|
Overige effecten |
4 |
- |
- |
4 |
|
|
Latente belasting vordering |
699 |
- |
- |
-699 |
- |
|
703 |
- |
- |
-699 |
4 |
De latente belastingvordering is in 2025 gemuteerd naar een latente belastingschuld, die opgenomen is onder 6. Voorzieningen en daar wordt toegelicht. Onder de overige effecten is het aandeel in EDSN B.V. (1,06%), Gopacs B.V. (0,40%) en BAS B.V. - Normo ( 1,06%) opgenomen tegen verkrijgingsprijs.
3. Vorderingen en overlopende activa
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Debiteuren |
13.758 |
14.554 |
|
Vorderingen op groepsmaatschappijen |
2.158 |
23.280 |
|
Overige vorderingen en overlopende activa |
14.929 |
19.295 |
|
30.845 |
57.129 |
Onder de overlopende activa is in 2025 € 0,1 miljoen (2024: € 1,0 miljoen) opgenomen inzake reconciliatie vorderingen op leveranciers van meetverlies gas en netverlies elektriciteit.
Per ultimo 2025 is een bedrag van € 7,7 miljoen (2024: € 10,9 miljoen) opgenomen als gevolg van (verwachte) nacalculaties van Autoriteit Consument & Markt (ACM), welke in 2026 wordt afgewikkeld.
Deze (verwachte) nacalculaties van ACM, verrekend in toekomstige tarieven, worden alleen op balans opgenomen en in resultaat van boekjaar verwerkt als ze (betrouwbaar) te schatten zijn. Voor de nog niet in tarieven 2026 afgerekende nacalculaties net- en meetverlies, WACC en DCO is het niet mogelijk een betrouwbare schatting te maken en is hier in het resultaat 2025 geen rekening mee gehouden.
Door een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 4 juli 2023 heeft de ACM nieuwe methodebesluiten 2022-2026 genomen die leidden tot hogere toegestane inkomsten en nacalculaties. ACM neemt nacalculaties mee in de jaarlijkse tarievenbesluiten en op dat moment is formeel de verrekening vastgesteld. Tegen deze besluiten kan binnen een periode van zes weken bezwaar aangetekend worden door belanghebbenden. In het tarievenbesluit 2026 heeft ACM € 6,1 miljoen – de helft van het nagecalculeerde bedrag- verwerkt bij de bepaling van de tarieven 2026. Dit bedrag heeft betrekking op inkomsten uit eerdere jaren en is daarom verwerkt in de jaarrekening 2025. Tegen dit besluit is geen bezwaar aangetekend waardoor het verwerkte bedrag onherroepelijk is geworden. Westland Infra Netbeheer verwerkt een nacalculatie alleen als er door middel van een tariefbesluit voldoende zekerheid is dat deze wordt gerealiseerd.
Uitzondering op de beleidslijn vormt de verrekening van de inkoopkosten, van het boekjaar, met andere netbeheerders in toekomstige tarieven. De verrekening daarvan ligt vast in het Methodebesluit en wordt niet incidenteel bepaald door de ACM.
De groepsverhoudingen zien toe op transacties uit reguliere bedrijfsvoering. Als gevolg hiervan wordt er over deze groepsverhoudingen geen rente berekend.
4. Liquide middelen
De liquide middelen staan ter vrije beschikking.
5. Eigen vermogen
Het verloop van het eigen vermogen gedurende het boekjaar is als volgt:
|
(bedragen x 1.000) |
Geplaatst kapitaal |
Agioreserve |
Overige reserves |
Resultaat boekjaar |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
|
Stand 1 januari 2024 |
46 |
67.624 |
26.729 |
8.981 |
103.380 |
|
Resultaat vaststelling 2023 |
- |
- |
8.981 |
-8.981 |
- |
|
Resultaat 2024 |
- |
- |
- |
18.795 |
18.795 |
|
Dividend |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Rechtstreekse vermogensmutaties |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
- |
- |
- |
18.795 |
18.795 |
|
Stand ultimo boekjaar 2024 |
46 |
67.624 |
35.710 |
18.795 |
122.175 |
|
Stand 1 januari 2025 |
46 |
67.624 |
35.710 |
18.795 |
122.175 |
|
Resultaat vaststelling 2024 |
- |
- |
18.795 |
-18.795 |
- |
|
Resultaat 2025 |
- |
- |
- |
21.948 |
21.948 |
|
Dividend |
- |
- |
-13.000 |
- |
-13.000 |
|
Rechtstreekse vermogensmutaties |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal resultaat |
- |
- |
-13.000 |
21.948 |
8.948 |
|
Stand ultimo boekjaar 2025 |
46 |
67.624 |
41.505 |
21.948 |
131.123 |
Geplaatst kapitaal
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 230.000, verdeeld in 5.000 aandelen van € 46 nominaal. Het geplaatste en gestorte kapitaal bedraagt € 46.000, bestaande uit 1.000 aandelen van € 46.
Agioreserve
Dit betreft de meerwaarde van de op de aandelen ingebrachte waarde, welke vanaf 2007 niet is gewijzigd.
6. Voorzieningen
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|
|
Latente belastingschuld |
725 |
- |
|
|
Stand ultimo boekjaar |
725 |
- |
|
(bedragen x 1.000) |
Latente belastingschuld |
Totaal |
|
|
Saldo per 1 januari |
- |
- |
|
|
Dotatie |
725 |
725 |
|
|
Onttrekingen |
- |
- |
|
|
Saldo per 31 december |
725 |
725 |
De latente belastingschuld van € 725.000 (2024: € 699.000 latente belastingvordering) heeft hoofdzakelijk betrekking op de tijdelijke verschillen tussen de fiscale en de bedrijfseconomische waardering van de distributienetwerken. De fiscale waarde van de distributienetwerken is hoger dan de bedrijfseconomische waarde, doordat enerzijds de fiscale waarde meer recent is afgeleid uit de vervangingswaarde, en anderzijds fiscaal langere afschrijvingstermijnen worden gehanteerd. Daar tegenover staat dat fiscaal rekening wordt gehouden met een afschrijvingsbeperking tot een restwaarde van 100% van de WOZ waarde voor onroerend goed in eigen gebruik en voor verhuurd onroerend goed. Realisatie van de tijdelijke verschillen is afhankelijk van de ontwikkelingen in het fiscale resultaat en de regelgeving de komende 50 jaar. Vanwege de onzekerheid die hiermee samenhangt, is voor het verschil, dat naar verwachting binnen een afzienbare periode gerealiseerd kan worden, een latente belastingvordering gevormd. In de berekening is rekening gehouden met een afzienbare periode van 25 jaar, op basis van de gemiddelde looptijd van afschrijvingsverschillen fiscaal en commercieel, waarbij rekening wordt gehouden met afnemende zekerheid van de positieve resultaten.
In de waardering van de vordering is een netto rentepercentage van 1,69% (2024: 1,69%) gehanteerd om de verschillen contant te maken. Op basis van totale verschillen tussen de fiscale en commerciële waarde van € 106,7 miljoen bedraagt de totale nominale latente belastingvordering € 27,5 miljoen, waarvan € 8,9 miljoen aan nominale latente belastingvordering is gewaardeerd tegen een contante waarde van € 0,7 miljoen belastingschuld, rekening houdend met afnemende zekerheid naar de toekomst van de positieve resultaten.
Verwacht wordt dat van het totale bedrag van de latente belastingschuld een bedrag van circa € 0,6 miljoen binnen een jaar wordt gerealiseerd.
7. Langlopende leningen en vooruit ontvangen aansluitbijdragen
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Langlopende schulden |
114.000 |
114.000 |
|
Vooruitontvangen eenmalige aansluitbijdragen |
70.196 |
68.524 |
|
184.196 |
182.524 |
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Stand 1 januari |
114.000 |
101.000 |
|
Aflossingen |
- |
- |
|
Opname nieuwe leningen |
- |
13.000 |
|
Stand 31 december |
114.000 |
114.000 |
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Korter dan één jaar |
- |
- |
|
Korter dan vijf jaar en langer dan één jaar |
101.000 |
51.000 |
|
Langer dan vijf jaar |
13.000 |
63.000 |
|
Totaal |
114.000 |
114.000 |
De gemiddelde rentevoet van de leningen bedraagt 2,37%.
Voor de financiering van deze € 114 miljoen is een zekerheidsstelling afgegeven, die inhoudt dat het solvabiliteitspercentage van de geconsolideerde balans Westland Infra Netbeheer B.V. tenminste 35% bedraagt. Daarnaast dient de ICR (bedrijfsresultaat/totaal van financiële lasten) van Westland Infra Netbeheer B.V. tenminste 1,7 te bedragen. Hierbij is overeengekomen dat ratio's worden berekend op basis van waarderingsgrondslagen, waarbij de eenmalige aansluitbijdrage nog gesaldeerd werd in de materiële vaste activa en de vorderingen op groepsmaatschappijen worden gecorrigeerd op het eigen vermogen en het balanstotaal.
Verder dient Westland Infra Netbeheer B.V. te voldoen aan de ratio's opgenomen in besluit financieel beheer netbeheerder.
Verder beschikken we naast de leningen en financieringsfaciliteiten over een rekening-courant-faciliteit van € 15 miljoen, waarvan de rente variabel is.
Vooruit ontvangen bijdragen
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Stand 1 januari |
68.524 |
67.523 |
|
Toevoeging in boekjaar |
6.976 |
6.191 |
|
Realisatie in boekjaar |
-5.304 |
-5.190 |
|
Stand 31 december |
70.196 |
68.524 |
Dit betreft bijdragen in de aanleg en betalingen ontvangen van klanten voor de gemaakte kosten voor de elektriciteits- en gasinfrastructuur. Deze vooruit ontvangen opbrengsten worden geamortiseerd over de verwachte levensduur van de betrokken activa.
8. Kortlopende schulden en overlopende passiva
|
(bedragen x 1.000) |
2025 |
2024 |
|---|---|---|
|
Schulden aan leveranciers |
4.560 |
4.722 |
|
Schulden aan groepsmaatschappijen |
- |
- |
|
Belastingen en premies |
27 |
15 |
|
Overige schulden |
2.634 |
4.053 |
|
Overlopende passiva |
6.229 |
7.639 |
|
13.450 |
16.429 |
Onder de overlopende passiva is een bedrag van € 5,1 miljoen (2024: € 5,8 miljoen) opgenomen als gevolg van
(verwachte) nacalculaties van de ACM, waarvan in 2026 € nihil miljoen (2025: € 0,1 miljoen) en in 2027 € 5,1 miljoen wordt afgewikkeld.
De groepsverhoudingen zien toe op transacties uit reguliere bedrijfsvoering. Als gevolg hiervan wordt er over deze groepsverhoudingen geen rente berekend.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa
Fiscale eenheid
Westland Infra Netbeheer B.V. is met Anexo B.V., Capturam B.V. en C.I.I.W. B.V opgenomen in de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting van N.V. Juva en is derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschulden van deze eenheid.
Westland Infra Netbeheer B.V. is met Anexo B.V. en Capturam B.V. opgenomen in de fiscale eenheid voor de BTW van N.V. Juva en is derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor de BTW schulden van deze eenheid.
Garantstelling
Borgstelling voor € 101.000 in verband rekening courant faciliteit en garantiestelling bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten van EDSN. Daarnaast een af te roepen borgstelling van € 566.000 door de drie grote regionale netbeheerders inzake de financiering van EDSN en € 45.000 af te roepen borgstelling door de landelijke netbeheerders inzake de financiering van BAS.
Inkoopverplichting meetverlies gas en netverlies elektriciteit
Voor het verwachte meetverlies gas is voor 2026 4,8 miljoen m3 de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde van € 1,7 miljoen, voor 2027 4,8 miljoen m3 tegen € 1,5 miljoen en voor 2027 4,8 miljoen m3 tegen € 1,3 miljoen. Voor het verwachte netverlies elektriciteit is voor 2026 45 GWh de inkoopprijs vastgelegd tegen een inkoopwaarde van € 4,5 miljoen, voor 2027 45 GWh tegen een inkoopwaarde van € 4,2 miljoen en voor 2028 45 GWh tegen een inkoopwaarde van € 3,9 miljoen.
Verwijderen gasaansluitingen
Op basis van de Gaswet dient Westland Infra Netbeheer een aansluiting te verwijderen op voorwaarde dat een klant hierom verzoekt. Westland Infra Netbeheer heeft geen voorziening gevormd voor toekomstige verwijderingen waarvoor nog geen aanvraag is ingediend, aangezien sprake is van een voorwaardelijke verplichting. Deze voorwaardelijke verplichting kan in toekomstige perioden mogelijk tot een significante uitstroom van middelen leiden, onder andere afhankelijk van (de snelheid van) de energietransitie en ontwerpkeuzes voor het nieuwe energiesysteem. De reguleringsmethode bepaalt op welke wijze de vergoeding voor deze uitstroom wordt geregeld.
Financiële instrumenten
Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.
De primaire financiële instrumenten, anders dan derivaten, dienen ter financiering van de operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Tevens gaat de vennootschap transacties aan in derivaten, met name renteswaps, om het renterisico af te dekken dat ontstaat uit de operationele en financieringsactiviteiten van de vennootschap. Het beleid van de vennootschap is om niet te handelen in financiële instrumenten.
De belangrijkste risico’s, uit hoofde van de financiële instrumenten zijn het kredietrisico, het liquiditeitsrisico, het kasstroomrisico en het prijsrisico bestaande uit het valuta-, rente- en marktrisico.
Het beleid om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:
Kredietrisico
Het beleid is erop gericht om aan klanten geen andere kredieten te verstrekken dan normale leverancierskredieten. Maatregelen die worden toegepast om debiteurenrisico te beperken, zijn actieve incasso en de inzet van incassobureaus. Met klanten, die verzoeken om een nieuwe aansluiting, worden betalingsschema’s overeengekomen waarbij de klant een deel van het project voorfinanciert. Verder zijn er geen belangrijke concentraties van kredietrisico.
Liquiditeitsrisico
Het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument fluctueren in omvang is minimaal, aangezien de langlopende vorderingen en schulden vastrentend zijn.
De vennootschap heeft, buiten de afgesloten leningen, een krediet- en financieringsfaciliteit tot € 15 miljoen, waarvan per ultimo 2025 nihil van is opgenomen.
Valutarisico
De financiële resultaten en kasstromen worden geheel gerealiseerd in de eurozone waardoor deze niet onderhevig zijn aan het risico van fluctuaties wisselkoersen.
Renterisico
De langlopende leningen hebben vaste rentepercentages waardoor de rentekosten voor langere tijd vastligt, maar we het risico lopen meer of minder rentekosten te betalen dan de marktrente. Het renterisicobeleid is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten voor fluctuaties in de marktrente. Hiertoe dekt de groep dit risico af door leningen tegen vaste rente af te sluiten dan wel interest rate swap contracten af te sluiten waarbij de groep de variabele rente ruilt voor een vaste rente bij leningen met een variabele rente.
Marktrisico
Het marktrisico is ten aanzien van het grootste gedeelte van de opbrengsten gering. De overheid reguleert via de ACM de transporttarieven en daarmee het grootste gedeelte van de inkomsten.
Wel wordt een risico gelopen ten aanzien van de hoeveelheid meet- en netverliezen die afwijken van inschatting vooraf, welke worden verrekend tegen reconciliatieprijzen.
Reële waarde
De reële waarden van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten luiden als volgt:
|
(bedragen x 1.000) |
Boekwaarde |
Reële waarde |
|||
|---|---|---|---|---|---|
|
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
||
|
Financiële activa: |
|||||
|
Financiële vaste activa |
4 |
703 |
4 |
703 |
|
|
Vorderingen |
30.845 |
57.129 |
30.845 |
57.129 |
|
|
Liquide middelen |
24.091 |
4 |
24.091 |
4 |
|
|
Financiële passiva: |
|||||
|
Langlopende schulden |
-184.196 |
-182.524 |
-179.966 |
-179.390 |
|
|
Kortlopende schulden |
-13.450 |
-16.429 |
-13.450 |
-16.429 |
|
De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten.
Financiële vaste activa
De marktwaarde van de overige vorderingen onder de financiële vaste activa is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente. De marktwaarde van de effecten onder de financiële vaste activa is gebaseerd op de zichtbare intrinsieke netto vermogenswaarde.
Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden
De waarde in het economisch verkeer van de posten in liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden is geschat op de boekwaarde gezien de korte looptijd van deze instrumenten.
Langlopende schulden en vooruit ontvangen bijdragen
De marktwaarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente. De waarde van de vooruit ontvangen bijdragen is geschat op de boekwaarde.
Renterisico
De contractuele renteherzieningsdata of aflossingsdata indien laatstgenoemde eerder liggen en de effectieve rentevoeten van de zowel in de balans als niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep waarover renterisico wordt gelopen, luiden als volgt:
|
(In duizenden euro's) |
2025 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
< 1 jaar |
1-5 jaar |
> 5 jaar |
Totaal |
Gewogen gemiddelde effectieve rente (%) |
||
|
Vaste rentevoet |
||||||
|
Financiële passiva: |
- |
101.000 |
13.000 |
114.000 |
2,37% |
|
|
Kredietinstellingen |
- |
101.000 |
13.000 |
114.000 |
||
|
Variabele rentevoet |
||||||
|
Financiële activa: |
||||||
|
Bank |
24.091 |
- |
- |
24.091 |
1,69% |
|
|
(In duizenden euro's) |
2024 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
< 1 jaar |
1-5 jaar |
> 5 jaar |
Totaal |
Gewogen gemiddelde effectieve rente (%) |
||
|
Vaste rentevoet |
||||||
|
Financiële passiva: |
- |
51.000 |
63.000 |
114.000 |
2,37% |
|
|
Kredietinstellingen |
- |
51.000 |
63.000 |
114.000 |
||
|
Variabele rentevoet |
||||||
|
Financiële activa: |
||||||
|
Bank |
4 |
- |
- |
4 |
2,56% |
|
De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder vaste rentevoet is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De andere financiële instrumenten van de groep zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.